Bouwjaar

G. Voor 1930

Een huis of gebouw dat gebouwd is vóór de jaren 30 heeft gemiddeld energielabel G. Dit komt door hoe ze gebouwd zijn. Zo zijn holle ruimtes tussen balken niet opgevuld en zijn de vloeren gemaakt van hout of steenachtig materiaal. Door de buitengevel zonder spouw is vochtdoorslag door de muren mogelijk, daarnaast is de luchtdichtheid van de gebouwen niet goed. Uit welk jaar is mijn woning/gebouw? Weet u niet in welk jaar uw woning of gebouw gebouwd is? Dit kunt u nagaan op de website van het Kadaster.

Vanaf 1850 groeit Rotterdam hard: er wordt zelfs voor het eerst buiten de stadsdriehoek gebouwd. Zo ontstaat eind negentiende eeuw het Oude Westen en vanaf 1900 Het Nieuwe Westen. Ook worden Het Oude Noorden en delen van Kralingen ontwikkeld. Op Zuid wordt er onder andere aan de wijk Feijenoord gebouwd.

Er is in de straten een grote diversiteit aan gevelversieringen terug te vinden zoals stenen, keramische of pleisterwerk ornamenten, erkers en torentjes. Het Oude Noorden heeft een dorps karakter door de huizen met twee verdiepingen, in het Oude en Nieuwe Westen zijn de huizen drie tot vier verdiepingen hoog.

In deze bouwperiode zijn de bouwkundige kenmerken:

  • gemetselde buitengevel zonder spouw, gevoelig voor vochtdoorslag en tocht
  • dragende muren van kalkstandsteen of baksteen niet ontkoppeld (gedilateerd), waardoor geluidoverlast ontstaat
  • houten vloeren opgelegd in de muur, problemen met contactgeluid
  • houten (schuif)ramen met enkel glas
  • platte en schuine pannendaken al dan niet voorzien van een siergevel
  • de vloer van de begane grond is van hout of steen, de vloer van het souterrain is van leem of steen
  • gefundeerd op houten palen waardoor er gevaar van houtrot is bij verandering van het waterpeil
  • ventilatie door kieren en gaten in deuren en ramen en (mogelijk) een ventilatiekanaal met natuurlijke trek

De delen van uw woning die met de buitenlucht of de grond in aanraking komen kunt u isoleren zodat u minder hoeft te stoken. Zo kunt u in het vervolg de verwarming een paar graden lager zetten. Het gaat om de volgende bouwdelen:

  • De buitengevel kunt u van binnen met isolatiedekens of hardschuimplaten isoleren.
  • De begane grondvloer kunt u vanuit de kruipruimte isoleren met isolatiedekens of hardschuimplaten. Let op: de kruipruimte moet dan wel droog zijn. Heeft u geen kruipruimte? Dan kunt u de gehele begane grond-vloer vervangen door een isolerende vloer.
  • Daken met een bitumen (teer) dakbedekking kunt u van buitenaf isoleren, dit voorkomt condensvorming.
  • Daken met dakpannen met dakbeschot kunt van binnen isoleren met isolatiedekens of hardschuimplaten. Als de zolderverdieping niet in gebruik is, kunt u op de zoldervloer beloopbare isolatie (laten) leggen: isolerend materiaal waar u gewoon overheen kunt lopen. Ook kunt u de ruimte tussen de balken vullen met isolatie.

Woningen van voor de jaren 30 zijn vaak voorzien van kozijnen met glas-in-lood. Erg mooi én sfeerbepalend voor het huis. Maar: het gaat vaak om slecht onderhouden enkel glas, en dát zorgt voor grote warmtelekken. Dit kunt u op verschillende manieren oplossen:

  • Als de kozijnen sterk genoeg zijn en de sponningen diep genoeg zijn, kunt u enkel glas vervangen door HR++ of HR+++ glas. Eventuele glas-in-lood ramen kunt in dubbel glas laten plaatsen, hierdoor gaan deze sfeerbepalende elementen niet verloren.
  • U kunt er bij glas-in-lood ook voor kiezen om gebruik te maken van achterzetramen. Deze worden aan de binnenkant van de woning gemonteerd.
  • Indien het kozijn het HR++ glas niet kan dragen, kunt u de complete kozijnen vervangen of overwegen om te kiezen voor ‘monumentenglas’. Dit is een speciaal soort glas dat dun is en tóch goed isoleert.

U kunt verschillende installatietechnische maatregelen nemen voor energiebesparing. Niet elke installatie is geschikt voor elk huishouden en ook de ligging van de woning speelt een rol. Er zijn verschillende opties:

  • U kunt kiezen voor zonnepanelen: goed voor het milieu, maar ook voor de portemonnee. De investering die hiervoor nodig is, is gemiddeld binnen zeven jaar terugverdiend. Controleer wel eerst of uw woning geschikt is voor de plaatsing van zonnepanelen.
  • Oude verwarmingstoestellen – een moederhaard, gasketel of VR-ketel – hebben een laag rendement en verspillen daardoor veel energie. CV-ketels hebben een hoger rendement, maar alsnog is na 15 jaar de vervanging voor een hoogrendementsketel aan te raden.
  • Wilt u echt doorpakken als het om energie besparen gaat, kies dan voor een nog duurzamere installatie. Bijvoorbeeld een HRe-ketel of een (hybride) warmtepomp.

 

Let op: woont u in een monument of in een huis dat deel uitmaakt van een beschermd stadsgezicht? Dan mag u niet zomaar allerlei aanpassingen aan uw huis doen. Lees meer op de pagina’s over wonen in een monumentale woning of een beschermd stadsgezicht.

 

Het is aan te raden om uw plannen in overleg met een deskundige uit te werken. Breng bijvoorbeeld eens een bezoekje aan de Duurzaamheidswinkel of de WoonWijzerWinkel. Hier krijgt u gratis advies van een onafhankelijke expert.

Kijk voor meer informatie over woningen en gebouwen van voor 1930 op de website van de WoonWijzerWinkel

Meer over Bouwjaar

Ga direct naar: