Translate
HomeNieuwsHelpt u de steenbreekvaren en het groener maken van Rotterdam?

Helpt u de steenbreekvaren en het groener maken van Rotterdam?

Rotterdam
Groen en regenwater
Illustratie steenbreekvaren, getekend door professor Kees Vink
29 december 2021
3 januari 2022

December is de maand van de steenbreekvaren in de 10 van 010. In deze campagne staan zeven dieren en drie planten symbool voor de biodiversiteit in Rotterdam, en iedere maand staat er een soort centraal. Waarom zijn planten zoals de steenbreekvaren belangrijk voor de biodiversiteit in onze stad? En wat kunnen wij als Rotterdammers doen om ze te helpen? Professor Kees Vink van Erasmus University College vertelt erover.

Als u goed om zich heen kijkt, kunt de steenbreekvaren aantreffen op muren en kades. Hij groeit namelijk het liefst in een stenige, vochtige omgeving. Steden zijn daarom een ideale plek voor de steenbreekvaren. Om die reden staat de plant symbool voor de relatie tussen groen (natuur) en grijs (bebouwing). De steenbreekvaren was vroeger vrij zeldzaam en nam zelfs in aantal af, maar blijkt bij uitstek een plant die goed gedijt in stedelijke gebieden. En niet omdat hij stenen breekt – zoals de naam suggereert – maar juist omdat hij zich graag vestigt in barsten en gaten van (oudere) muren, kademuren en sluismuren. Hij groeit vaak op vochtige plekken, op het noorden, uit de zon. De plant heeft lichtgroene ovaalkleurige blaadjes. Hij is gemakkelijk te onderscheiden van andere muurvarens, door zijn donkere nerf én omdat hij groeit op heel specifieke plekken, waar weinig ander groen is. De steenbreekvaren maakt gebruik van oude, verweerde specie, van poreus materiaal, van het ‘breken van de steen’. “De sporen vliegen er via de lucht zó in en dan kan hij gaan uitlopen. Het is een fantastisch leuk plantje. Je ziet hem bijvoorbeeld op het Grote Kerkplein, op oude sluismuren, op de lagere gedeeltes van de kades. Omdat er in Rotterdam veel water is – en veel steen – kun je hem eigenlijk in iedere buurt wel aantreffen,” vertelt Kees Vink.

Vink is hoofd van de afdeling Life Sciences van Erasmus University College en weet als bioloog veel van stedelijke flora en fauna. Als ‘netwerkprofessor’ vormt hij de link tussen de universiteit en de diverse organisaties in de stad zich bezighouden met natuur, stadsecologie en biodiversiteit, zoals het Natuurhistorisch Museum, Bureau Stadsnatuur en de gemeente.

Illustratie steenbreekvaren, getekend door Kees Vink
Illustratie steenbreekvaren, Kees Vink

Geen rotzooi

De steenbreekvaren is volgens de professor een goed voorbeeld van de interactie tussen ‘grijs en groen’, tussen de stad en de natuur: “Deze soort maakt gebruik van de mogelijkheden die de stad biedt: zonder de muren die wij hebben gebouwd kan de steenbreekvaren niet groeien. Het sluit aan bij het groeiende besef dat plantjes die ergens ‘zomaar’ groeien geen rotzooi zijn, maar dat je ze ook kunt laten staan, laten gaan. Zelfs het kleinste inheemse plantje heeft een rol, als schuilplaats voor insecten, voor microbiologisch leven. Als je het eenmaal ziet, ga je het meer waarderen.”


Kansen voor natuur in de stad

De steenbreekvaren laat dus zien dat de natuur overal een kans ziet om zich te uiten én dat er een kans is om de natuur in de stad beter te faciliteren, zegt Vink. En dat is heel belangrijk, want de verstedelijking neemt alleen maar toe terwijl de biodiversiteit – de hoeveelheid dier- en plantensoorten – wereldwijd in een rap tempo achteruit holt. “Wij mensen zijn direct van planten afhankelijk voor onze schone lucht, voor ons gezond water en voedsel, voor woningen, het hangt allemaal met elkaar samen. Maar ook voor ons geluk. In een groene omgeving blijven we gezonder en voelen we ons fijner. Op een mooie dag gaat niemand op een stenen plein zitten. Dan ga je naar het bos of een groen park.”

Eén van die kansen om natuur in de stad meer ruimte te geven is het zogenaamde natuurinclusief bouwen. Dat betekent dat gebouwen geschikt worden gemaakt voor de vestiging van dieren en planten. Natuurinclusief bouwen wordt al meer meegenomen in nieuwbouwprojecten, zoals bijvoorbeeld bij het duurzame houtbouwproject SAWA op het Lloydkwartier, maar nog niet genoeg, aldus Vink. Terwijl er veel voordelen zijn. “Groene gevels nemen niet alleen CO2 op, ze hebben ook een isolerende, energiebesparende werking.”


Lekker laten gaan

En wat kunnen wij als Rotterdammers nu zelf doen? Daar heeft Vink een eenvoudig antwoord op: laat de natuur haar gang gaan. Ziet u een inheems plantje, haal het niet weg, geef het een kans. “Je hoort wel eens rare ideeën, bijvoorbeeld dat muurplantjes niet goed zijn voor de muur, of dat een klimop uit een boom wordt weggehaald, terwijl dat juist voor vogels een veilige haven is. Laat je informeren en denk ook zelf na. Geef ruimte aan de natuur: koester muur- en stoepplantjes, zet planten op je balkon, of kies voor een groen dak. En ja, die betegeling zouden we moeten willen vermijden. Een tuin met een klein waterpartijtje trekt al een weelde aan natuur aan.”

Ook op de EUR komt steeds meer aandacht voor natuur en duurzaamheid, in de opleidingen, maar ook op de campus. Woudestein wordt groener gemaakt en moet uitgroeien tot een sustainability hub. Samen met de partners in Rotterdam werkt Vink aan een publieksplatform over biodiversiteit in de stad. Want bewustwording is heel belangrijk. “Wij moeten veel meer gaan plannen met in ons achterhoofd de vraag: waar worden wij – als diersoort – gelukkig en gezond van.”


Meer informatie

Lees hier meer over de 10 van 010 en over wat ú kunt doen om Rotterdam groener te maken.

Prof. Kees Vink
Prof. Kees Vink

De steenbreekvaren

Deel dit bericht

Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn
Ga direct naar:
Skip to content